Jan 26 2017

Huisvesting met participatie van statushouders?

“Wat gek dat van alle aanwezige professionals niemand een kritische buurman kent!” Deze observatie deden we in een voorbereidende vergadering van een symposium over vluchtelingen en integratie. We zochten een gemixte groep experts, die konden reflecteren op hoe het is om de buur van een statushouder te zijn. We wilden niet enkel hosannaverhalen horen over hoe geweldig het is om statushouders een thuis te geven. Daarom wilden we een kritische huurder op het podium met ervaringen met statushouders. Nu waren er wel kritische huurders te vinden, maar die waren helaas allemaal van het type reaguurder. Bot, soms agressief en niet bereid tot luisteren. En ja, er waren ook wel huurders die wat wilden zeggen, maar die hadden eigenlijk helemaal geen contact met vluchtelingen. En hadden er ook geen last van. Die huurder vinden bleek uiteindelijk nog best een opgave. Na lang zoeken vonden we er twee.

Maar als je aan iemand vraagt of hij een vluchteling kent, is het antwoord meestal nee.

Het geeft aan wat zo moeilijk is aan de huidige tijd; je wilt graag met elkaar de dialoog aangaan en wijzer worden door de ervaringen van alledag, maar we (lees de mensen van beleid en strategie, de projectleiders en de medewerkers leefbaarheid) komen eigenlijk niet echt in contact met onze huurders. En huurders komen dus vaak helemaal niet zo makkelijk in contact met andere huurders. Ja, iedereen kent de schreeuwers, we kennen allemaal de beroepsvrijwilligers. Maar gewone huurders spreken en te weten komen wat hun hoop en vrees is, nee, daar zijn wij als woonprofessionals en vertegenwoordigers van huurders niet echt goed in.

Maar dit stukje gaat over participatie van vluchtelingen, dus laat ik daar eens op focussen. Interessant genoeg is daar eenzelfde fenomeen gaande. Iedereen ziet de succesvolle Syriër op televisie die een mooi initiatief is gestart of leest over die Irakees die meedoet in een bijzonder woonproject. Maar als je aan iemand van een woningcorporatie vraagt of die een vluchteling kent, dan is het antwoord meestal nee. Wij zien ze niet en we horen ze niet. Maar we maken wel beleid, wijzen huizen toe en sturen brieven. Brieven die zij vervolgens niet snappen. Onze systemen van woonruimteverdeling zijn een compleet raadsel. Ook is voor velen een mysterie hoe je je woning een beetje slim gebruikt. En daar doen wij van wonen nog te weinig mee. De hardwerkende vrijwilligers van Vluchtelingenwerk beperken zich tot de basics, maar er zou zoveel meer kunnen. Dat daar een behoefte is, laten tal van onderzoeken en bijeenkomsten zien (zie ook www.deburenvanstatushouders.org)

Dus ergens gaat het goed mis in het contact. Voor een deel is dit te verklaren uit het scheiden van beleid en uitvoering, waarbij de beleidsmaker maar niet achter zijn bureau vandaan komt. De complexbeheerder, onderwijzer of casemanager heeft het menselijk contact. Zij participeren in de wereld van de statushouder. De top van de organisatie leeft in een wereld van vergaderingen en beleidsnotities en komt hoogstens bij speciale gelegenheid ‘in de wijk’. Bij deze doe ik een pleidooi voor een beweging “weg van het bureau en hop de praktijk in!”

Wat ik ook zie is dat de laatste jaren stevig is bezuinigd en gerationaliseerd in klantcontacten. Balies gesloten, internetportals opgetuigd, vaak bouwden we een muur tussen de mens en de professional. Wie het begrijpt moet eens een telefoonnummer zoeken op een gemiddelde website. Haast niet meer te doen. Jongens, dit is niet goed voor het contact met en de zorg voor huurders, zeker niet als dit nieuwkomers zijn die niks van je land snappen, omdat ze er welgeteld pas 6 maanden wonen.

Woonmaatschappelijk werk helemaal terug

Gelukkig zijn er lichtpuntjes. Na al die jaren van ‘de basis op orde’, komt als een slinger de beweging naar buiten weer enigszins op gang. Woonmaatschappelijk werk is terug van weggeweest. We zien corporaties maatwerkbudget inzetten om praktische problemen van huurders op te lossen. Er komt weer ruimte om meer te doen dan woonruimte, woonlasten en woningonderhoud. We zien dat veel corporaties vluchtelingen welkom heten en bij de buren aanbellen om kennis te maken. Soms wordt een welkomscomité uit voormalig vluchtelingen ingezet ter ondersteuning van de verhuurmakelaar. Daar waar statushouders in groepsaccommodatie zijn gehuisvest, wordt vaak extra ingespannen voor het beheer. De link met de buurt wordt gelegd, buddies worden aangezocht. Je ziet dat er urgentie is en dat er iets nieuws mag worden bedacht. Het is vaak niet schokkend, maar het is een begin. Een goed begin.

Hoe kan ik verbinden met mijn vluchteling?

Laat ik een ontwikkeling duiden die heel interessant kan zijn voor iedereen die vluchtelingen huisvest en die denkt: hoe kan ik verbinden met mijn vluchteling? De (vooral wat grotere) gemeenten zijn in de regel tamelijk actief om vluchtelingen te laten participeren. Ze zien de bui al hangen: als iedereen in de bijstand zit dan is de gemeentekas snel leeg. Trouwens, we vinden het tegenwoordig niet meer dan normaal dat iemand meedoet, als die dat kan. Er wordt stevig ingezet op vrijwilligerswerk, extra taallessen, werkervaringsplaatsen en direct-aan-het-werk aanpakken. De grootste drijvende kracht in de participatie zal de komende tijd vooral vanuit gemeenten Werk & Inkomen komen. Als die nu allemaal gaan samenwerken met woningcorporaties dan wordt het nog wel wat met de participatie van de corporatie bij de statushouder.

No responses yet

Comments are closed at this time.

Trackback URI |