Jul 07 2015

Huurdersparticipatie ‘woningwet-stijl’

Er is een zoektocht gaande waar succesvolle huurdersparticipatie aan moet voldoen. Huurdersverenigingen en woningcorporaties zijn op zoek naar antwoorden op de vraag hoe je vorm geeft aan participatie en wat je dan doet? Vannimwegen stelde zich die vraag ook en oogstte een aantal ontwikkelrichtingen voor huurders en verhuurders.

Het waarom van participatie is duidelijk. Huurders in de sociale voorraad kunnen niet met hun voeten stemmen, en dus hebben ze inspraak en zeggenschap. Participatie zorgt ervoor dat plannen van de verhuurder beter worden. En last but not least: de Overlegwet zegt dat het moet. Vannimwegen organiseerde met Nestas een bijeenkomst over huurdersparticipatie. Belangrijkste les is om aan te sluiten bij wat huurders beweegt of waar behoefte aan is. Hoewel dit voor zich spreekt, zit hier spanning hoe dan vervolgens de ‘opbrengst’ mee te nemen in beleidsmatig overleg tussen de huurdersvereniging en de corporatie. Wij signaleren dat succesvolle wijkparticipatie onvoldoende is verbonden met de formele participatie. Er zit spanning tussen de Overlegwet (en de eisen die daarin worden gesteld) en de werkelijkheid waar huurdersverenigingen en corporaties dagelijks mee te maken hebben. Wij hebben als oogst van deze bijeenkomst dit stuk opgesteld waarin we de lezer meenemen in een aantal varianten.

8 gouden regels

  1. Regel de formele participatie, maar zorg voor zo ruim mogelijke informele vormen die daarvoor een voedingsbron zijn. Sluit aan bij wat lokaal past.
  2. Een ‘vast’ gezicht bij de corporatie en professionele ondersteuning voor de huurder.
  3. Gebruik meerdere kanalen voor participatie; en zorg dat mensen worden ingezet op waar ze energie van krijgen.
  4. Betrek huurders/bewoners zo vroeg mogelijk in het proces, niet als alles beslist is. Dit vereist vertrouwen en cultuuromslag bij corporaties en huurdersorganisaties.
  5. Stel duidelijke kaders die aansluiten bij landelijke wet- en regelgeving.
  6. Stel je zelf de vraag of alleen huurders in beeld zijn of dat het gaat om bewoners in een wijk of dorp. Verbind die twee.
  7. Het inzetten van social media is een noodzakelijke aanvulling op al langer bestaande vormen.
  8. Investeer van beide kanten in een goede relatie. Niet zozeer harmonie als wel het ‘conflictoptimum’ zou moeten worden nagestreefd.

Vertegenwoordigers laten een ‘Participatiekaart’ maken; naar analogie van de Sociale Kaart geeft dit een goed beeld van alle participatiegroepen binnen het woningbezit van de corporatie.

Variant 1  Hoeder van participatie

De corporatie is actief, de vertegenwoordiger is reactief

Een klein team van ervaren en rolbewuste vertegenwoordigers weet de corporatie uit te dagen zo klant- en huurdersgericht mogelijk beleid te formuleren. Met bestaande informele groepen heeft de corporatie een goed contact. Pas wanneer dit niet vanzelf gaat, springt ‘de hoeder’ in het gat. Dan wordt ook het wapen van het ongevraagde en gekwalificeerde advies ingezet. Via huisbezoeken, themagroepen, digitale panels en conferenties houdt de vertegenwoordiger voeling met zijn achterban. Vertegenwoordigers laten een ‘Participatiekaart’ maken; naar analogie van de Sociale Kaart geeft dit een goed beeld van alle participatiegroepen binnen het woningbezit van de corporatie. Dit kunnen leefbaarheidsgroepen zijn, huurders in een wijkraad, huurders in een VvE. Ook de corporatie is hoeder van participatie en houdt de vertegenwoordiger scherp op de uitvoering van zijn taak. De corporatie en gemeente organiseren samen het traject prestatieafspraken. Zij nodigen huurders uit om laagdrempelig het gesprek over prioriteiten te voeren. Insprekers worden vooral uit informele participatiegroepen geworven. De instemmingsrechten op verbindingen en voordracht RvC worden wel door de vaste groep vertegenwoordigers ‘getrokken’.

Variant 2  Gezamenlijke procesregisseur

De corporatie is actief, de vertegenwoordiger is actief

Samen met de corporatie weten vertegenwoordigers een brug te slaan met de huurders. Verschillende bestaande informele groepen worden actief benaderd. De vertegenwoordigers steken zelf de nodige energie in de uitvoering van de participatie, daarbij ondersteund door professionals. Er is sprake van een brede huurdersorganisatie met werkgroepen en participatiepools. Verschillende effectieve werkmethoden worden ingezet zodat verschillende doelgroepen worden bereikt. In een vroeg stadium gaan de partijen met elkaar het gesprek aan. Participatie is een gezamenlijk feestje. Bij het maken van prestatieafspraken en bij thema’s waar instemmingsrecht geldt, wordt een werkgroep gevormd met ter zake doende huurders. Die bereiden voor, leggen voor aan hun bestuur waarna die laatste besluit. Dit kost allemaal flink veel tijd. Aandachtspunt is dan ook het binnenhalen van huurders-vrijwilligers die wat minder ruim in de tijd zitten (huurders met studie, werk of zorgtaken, jongeren). Probeer er ook voor te zorgen dat je niet vaker om tafel zit dan nodig. Stel samen een beleidsagenda op en bepaal samen wat je wel en niet oppakt. Doe dit na consultatie van gemeente en andere betrokkenen.

Variant 3  Voorlopende vertegenwoordigers

De corporatie is reactief, de vertegenwoordiger is actief

De huurdersvertegenwoordiger neemt de lead in het betrekken van de achterban om het huurdersgeluid aan de corporatie te laten horen. Daar vindt deze niet altijd een gehoor bij zijn verhuurder. De opgave is om aan de corporatie de meerwaarde te laten inzien van participatie. Dit begint met een adequate expertise bij de vertegenwoordiger, opdat deze serieus kan worden genomen en door het laten zien van goede voorbeelden. Er ligt hier een gezamenlijke ontwikkelopgave op items als: formuleren van een beleidsagenda, het bereiken van de doelgroep, inzet van vernieuwende instrumenten, constructief het gesprek aangaan. De nieuwe Woningwet en Overlegwet bieden dé aanleiding om de verhuurder te bewegen tot een meer constructieve opstelling. Hier past een bescheiden en opbouwende opstelling vanuit de vertegenwoordiger. Immers, er moet positieve energie zijn om verdere stappen op het participatievlak te zetten. Een zorgvuldig proces waarin men elkaar steeds meer vertrouwen en verantwoordelijkheid geeft. Opdat de corporatie zich een effectieve rol aanmeet in de participatie.

Variant 4  Ontwikkelpunt participatie

De corporatie is reactief, de vertegenwoordiger is reactief

De corporatie heeft weinig traditie in het betrekken van huurders bij beleid en benut nog weinig instrumenten om klanten te betrekken bij nieuwe diensten en wijzigingen van beleid. Er zijn enkele pogingen gedaan om met huurders in gesprek te gaan, een enkele klantenpanel en thema-avond zijn in het verleden georganiseerd. Het beklijft niet echt. Vertegenwoordigers zijn om diverse redenen hierbij onvoldoende aangehaakt; vanwege onvoldoende representativiteit, weinig onderling vertrouwen of verstoorde relaties (conflictmodel). De opgave is om de formele bewonersvertegenwoordiging te versterken en positie te geven. Dit kan vereisen dat nieuwe groepen huurders in de formele participatie worden betrokken. Het kan zijn dat je samen moet werken aan vertrouwen. De nieuwe Woningwet en Overlegwet bieden een voorzichtige aanleiding om met elkaar het gesprek weer aan te gaan. Wellicht kan de gemeente de lead nemen in het proces en zo corporatie en huurders rond de tafel brengen. Ook binnen de corporatie kan een slag worden gemaakt. Wanneer deze de waarde van participatie daadwerkelijk inziet kan dit tot verbetering leiden. Bovenin en diep in de organisatie zal aan draagvlak moeten worden gewerkt.

Wie neemt wie mee op reis naar Participatieland?

No responses yet

Comments are closed at this time.

Trackback URI |